7.1.1Kent de belangrijkste zaken van de staatsinrichting van Nederland.
- Weet dat Nederland een koninkrijk is met een koningshuis, kent de naam van de Koning en weet dat deze vooral een ceremoniële functie vervult
- weet dat Nederland een democratische rechtsstaat is met parlement, dat uit twee Kamers bestaat
- weet dat de Tweede en Eerste Kamer samen met de regering wetten maken
- weet dat er meerdere politieke partijen zijn
- weet dat partijen een regering vormen en dat ministers deel uitmaken van de regering
- weet dat de minister-president leidinggeeft aan de ministers en kent de naam van de minister-president
- weet dat Nederland drie bestuursniveaus kent: rijk, provincies en gemeenten, met elk eigen taken en verantwoordelijkheden.
13 oefenvragen bij deze eindterm.