Thema 7 van 8 · IV — Functioneren als burger in Nederland

Staatsinrichting en rechtsstaat

Over democratie, verkiezingen, de scheiding der machten, grondrechten en gelijke behandeling.

65 oefenvragen in dit thema · 12 officiële eindtermen · 26 kennisindicatoren

Oefenen

U krijgt meteen te zien of uw antwoord goed is, met uitleg.

U ziet 10 van de 65 vragen van dit thema.

Vraag 1 van 10

Thema 7 · Staatsinrichting en rechtsstaat

Wat voor land is Nederland?

Nog 55 vragen in dit thema

Met KNM Compleet oefent u alle 65 vragen van dit thema en de volledige bank van alle acht thema's — plus alle 10 oefenexamens.

Wat u moet weten voor thema 7

Dit zijn de officiële eindtermen van dit thema, letterlijk overgenomen uit de Regeling inburgering 2021 (Staatscourant 2024, 15802). Gebruik ze als checklist: wat u niet kunt uitleggen, moet u nog leren.

7.1.1Kent de belangrijkste zaken van de staatsinrichting van Nederland.

  • Weet dat Nederland een koninkrijk is met een koningshuis, kent de naam van de Koning en weet dat deze vooral een ceremoniële functie vervult
  • weet dat Nederland een democratische rechtsstaat is met parlement, dat uit twee Kamers bestaat
  • weet dat de Tweede en Eerste Kamer samen met de regering wetten maken
  • weet dat er meerdere politieke partijen zijn
  • weet dat partijen een regering vormen en dat ministers deel uitmaken van de regering
  • weet dat de minister-president leidinggeeft aan de ministers en kent de naam van de minister-president
  • weet dat Nederland drie bestuursniveaus kent: rijk, provincies en gemeenten, met elk eigen taken en verantwoordelijkheden.

13 oefenvragen bij deze eindterm.

7.1.2Is ervan op de hoogte dat Nederland deel uitmaakt van de Europese Unie (EU).

  • Weet dat Nederland lid is van de EU en als lidstaat afspraken en regels die in de EU zijn gemaakt moet nakomen
  • weet dat lidmaatschap van de EU voor burgers betekent dat er in principe vrij verkeer van personen en goederen tussen lidstaten bestaat, vrije vestiging in lidstaten en deelname aan Europese verkiezingen.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

7.1.3Is ervan op de hoogte dat de macht in Nederland gespreid is in wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

  • Kent het belang van scheiding van de drie machten in Nederland
  • kent de belangrijkste taak van elk van de drie machten
  • weet dat hij een uitspraak van een rechter moet accepteren, maar dat hij in hoger beroep kan gaan.

6 oefenvragen bij deze eindterm.

7.1.4Is op de hoogte van wat ‘kiesrecht’ inhoudt en wat het belang van stemmen is.

  • Kent het verschil tussen actief en passief kiesrecht
  • weet dat er verschillende verkiezingen worden gehouden, namelijk voor gemeenten, provincies, Tweede Kamer, Europees Parlement, waterschappen en referenda
  • weet dat niet-Nederlanders die langer dan vijf jaar in Nederland wonen, mogen deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen.

6 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.1Is ervan op de hoogte dat vrouwen en mannen voor de wet gelijkwaardig zijn en gelijkwaardig behandeld dienen te worden.

  • Weet dat vrouwen en mannen dezelfde kansen en mogelijkheden hebben om zich als zelfstandige individuen te ontplooien, onder meer via scholing en arbeid.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.2Is op de hoogte van wat ‘vrijheid van meningsuiting’ inhoudt.

  • Weet dat de wet vrijheid van meningsuiting beschermt, maar dat men niet iets mag zeggen of schrijven dat volgens de wet verboden is
  • weet dat sommige uitingen in het publieke debat als kwetsend ervaren kunnen worden.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.3Is ervan op de hoogte dat in Nederland godsdienstvrijheid geldt.

  • Weet dat iedereen vrij is om in Nederland zelf een godsdienst, levensbeschouwing of idealen te kiezen
  • weet dat de wetten van de staat boven die van religie en traditie staan
  • weet dat de overheid zich niet mengt in de interne aangelegenheden van godsdienstige of levensbeschouwelijke genootschappen, zolang die zich aan de wet houden.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.4Is op de hoogte van wat ‘gelijke behandeling’ en ‘discriminatieverbod’ inhoudt.

  • Weet dat Artikel 1 van de Grondwet gelijke behandeling in gelijke gevallen voorschrijft en onderscheid maken op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook verbiedt
  • weet dat discriminatie of uitsluiting gemeld kan worden bij een meldpunt en bij de politie.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.5Is ervan op de hoogte dat de privacy van de burger door de wet wordt beschermd.

  • Weet dat hij alleen die persoonsgegevens deelt met overheids- en andere instanties die zij nodig hebben voor hun taak
  • weet dat hij de persoonsgegevens die hij heeft gedeeld met overheids- en andere instanties altijd mag inzien en zo nodig wijzigen.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.6Is ervan op de hoogte dat de wet de integriteit van het lichaam beschermt en dat alle ongewenste intimiteit en geweld strafbaar zijn (huiselijk geweld, eerwraak, slaan van kinderen, besnijdenis van meisjes, geweld op straat enzovoort).

4 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.7Is ervan op de hoogte dat het bij wet geregeld is dat iedereen in Nederland na overlijden zijn organen afstaat voor orgaandonatie, tenzij hij vastlegt hier niet of slechts ten dele aan te willen meewerken.

  • Weet dat hij kan laten registreren dat hij niet of ten dele aan orgaandonatie mee wil werken.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

7.2.8Weet dat vrouwen in Nederland zelfbeschikkingsrecht hebben en wat dit betekent.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

Antwoorden nodig als naslag?

Wilt u na het oefenen alles op een rijtje zien — de 10 vragen van dit thema die u hierboven maakt, met het juiste antwoord en de uitleg? Dat staat op een aparte pagina, zodat u hier ongestoord kunt oefenen.

10 vragen met antwoorden →

Verder oefenen

Of maak een volledig oefenexamen van 40 vragen in 45 minuten.

KNM thema 7: Staatsinrichting en rechtsstaat — 65 oefenvragen met uitleg | KNM Examen