Thema 2 van 8 · II — Functioneren in de eigen leefomgeving

Omgangsvormen, waarden en normen

Over hoe mensen in Nederland met elkaar omgaan, afspraken maken, feestdagen en meedoen in de samenleving.

55 oefenvragen in dit thema · 7 officiële eindtermen · 6 kennisindicatoren

Oefenen

U krijgt meteen te zien of uw antwoord goed is, met uitleg.

U ziet 10 van de 55 vragen van dit thema.

Vraag 1 van 10

Thema 2 · Omgangsvormen, waarden en normen

Zijn omgangsvormen in Nederland voor iedereen precies hetzelfde?

Nog 45 vragen in dit thema

Met KNM Compleet oefent u alle 55 vragen van dit thema en de volledige bank van alle acht thema's — plus alle 10 oefenexamens.

Wat u moet weten voor thema 2

Dit zijn de officiële eindtermen van dit thema, letterlijk overgenomen uit de Regeling inburgering 2021 (Staatscourant 2024, 15802). Gebruik ze als checklist: wat u niet kunt uitleggen, moet u nog leren.

2.1.1Is ervan op de hoogte dat omgangsvormen, waarden en normen kunnen verschillen per sociale groep, regio, generatie en sociaaleconomische klasse.

  • Weet hoe hij zich op de hoogte kan stellen van de alledaagse omgangsvormen, normen en waarden binnen de (sociale) contexten waarin hij zich begeeft.

8 oefenvragen bij deze eindterm.

2.1.2Weet dat veel mensen in Nederland zich direct kunnen uiten.

7 oefenvragen bij deze eindterm.

2.1.3Is ervan op de hoogte dat het doorgaans belangrijk is om van tevoren afspraken te maken o.a. op het werk en met instanties.

  • Weet hoe hij een afspraak met collega’s, instanties of dienst- of zorgverlener kan maken
  • weet dat veel mensen in Nederland waarde hechten aan op tijd komen en aan het tijdig afmelden van afspraken.

8 oefenvragen bij deze eindterm.

2.1.4Is ervan op de hoogte dat in Nederland verschillende samenlevingsvormen bestaan, ook voor partners van gelijk geslacht.

  • Weet dat geregistreerd partnerschap en huwelijk in de wet geregeld zijn
  • weet dat ongehuwd samenwonen in Nederland vaak voorkomt.

7 oefenvragen bij deze eindterm.

2.1.5Kent de officiële feest- en gedenkdagen, zoals Pasen, Koningsdag, 4 en 5 mei, Kerst, Oud en Nieuw, en de in sommige kringen relevante feestdagen, zoals bijvoorbeeld Sinterklaas, Carnaval, Suikerfeest en Keti Koti.

11 oefenvragen bij deze eindterm.

2.2.1Is ervan op de hoogte dat in Nederland veel maatschappelijke, culturele- en/of sportieve organisaties en verenigingen actief zijn.

  • Weet dat vrijwilligerswerk en actieve betrokkenheid bij verenigingen en organisaties kunnen helpen om sociale netwerken op te bouwen.

7 oefenvragen bij deze eindterm.

2.2.2Is op de hoogte van de belangrijkste gebruiken bij familiegebeurtenissen, zoals verjaardag, geboorte, slagen voor examen, bruiloft en overlijden.

7 oefenvragen bij deze eindterm.

Antwoorden nodig als naslag?

Wilt u na het oefenen alles op een rijtje zien — de 10 vragen van dit thema die u hierboven maakt, met het juiste antwoord en de uitleg? Dat staat op een aparte pagina, zodat u hier ongestoord kunt oefenen.

10 vragen met antwoorden →

Verder oefenen

Of maak een volledig oefenexamen van 40 vragen in 45 minuten.

KNM thema 2: Omgangsvormen, waarden en normen — 55 oefenvragen met uitleg | KNM Examen