Thema 1 van 8 · I — Functioneren op de arbeidsmarkt

Werk en inkomen

Dit thema gaat over werk zoeken, solliciteren, je rechten en plichten als werknemer, uitkeringen en een eigen bedrijf starten.

71 oefenvragen in dit thema · 13 officiële eindtermen · 34 kennisindicatoren

Oefenen

U krijgt meteen te zien of uw antwoord goed is, met uitleg.

U ziet 10 van de 71 vragen van dit thema.

Vraag 1 van 10

Thema 1 · Werk en inkomen

Fatima wil gaan werken in Nederland. Hoe kan zij zich voorbereiden op werk?

Nog 61 vragen in dit thema

Met KNM Compleet oefent u alle 71 vragen van dit thema en de volledige bank van alle acht thema's — plus alle 10 oefenexamens.

Wat u moet weten voor thema 1

Dit zijn de officiële eindtermen van dit thema, letterlijk overgenomen uit de Regeling inburgering 2021 (Staatscourant 2024, 15802). Gebruik ze als checklist: wat u niet kunt uitleggen, moet u nog leren.

1.1.1Is op de hoogte van de Nederlandse regelingen voor werk en inkomen.

  • Weet dat inburgeraars zich door middel van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) of scholing kunnen voorbereiden op aangeboden werk
  • weet dat hij zich moet inspannen om zelf een inkomen te verwerven.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

1.1.2Is op de hoogte van de manieren waarop mensen in Nederland vacatures/ werk vinden.

  • Weet dat hij zijn eigen netwerk kan inschakelen
  • weet dat hij vacatures kan vinden in online vacaturebanken
  • weet hoe hij zich kan inschrijven bij uitzendbureaus
  • weet dat het gebruikelijk is bij een sollicitatie een (online) sollicitatieformulier, een sollicitatiebrief of curriculum vitae (cv) te gebruiken
  • weet dat het voeren van sollicitatiegesprekken om voorbereiding vraagt
  • weet dat werkgevers het stellen van enkele vragen over de inhoud van het werk en de arbeidsvoorwaarden tijdens een sollicitatiegesprek doorgaans waarderen.

11 oefenvragen bij deze eindterm.

1.1.3Is op de hoogte van relevante beroepen in relatie tot de eigen kwalificaties en loopbaanmogelijkheden.

  • Weet dat verschillende factoren de kansen op de arbeidsmarkt beïnvloeden, zoals vooropleiding, werkervaring, beschikbaarheid, motivatie en beheersing van de Nederlandse taal.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

1.1.4Is ervan op de hoogte hoe de waarde van een eerder behaald diploma en ervaring voor de Nederlandse arbeidsmarkt kan worden achterhaald of kan worden gewaardeerd.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

1.1.5Is op de hoogte van het belang van (bij)scholing voor de kansen op de arbeidsmarkt.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

1.1.6Is op de hoogte dat een werkgever eisen met betrekking tot competenties aan een sollicitant kan stellen.

  • Weet dat werkgevers eisen aan de taal- en communicatievaardigheden kunnen stellen.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

1.1.7Is op de hoogte van de voorzieningen van de gemeente en UWV voor werkzoekenden en arbeidsongeschikten.

  • Weet dat hij bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid na een arbeidsverleden direct contact moet leggen met het UWV ten behoeve van registratie/inschrijving en aanvraag uitkering
  • weet dat hij zonder arbeidsverleden direct contact moet leggen met de gemeente ten behoeve van registratie/inschrijving en aanvraag uitkering
  • weet dat met de gemeente of UWV kan worden overlegd over scholingswensen die passen bij zijn startpositie
  • weet dat hij zich moet inspannen om zelf een inkomen te verwerven
  • weet dat Nederland een (tijdelijk) vangnet (bijstand, werkloosheidsuitkering (WW), arbeidsongeschiktheidsuitkering en toeslagen) heeft voor mensen die ondanks hun inspanningen geen werk kunnen vinden of die niet (voltijds) aan het werk kunnen om fysieke of psychische redenen.

8 oefenvragen bij deze eindterm.

1.1.8Is op de hoogte van de belangrijkste rechten en plichten van uitkeringsgerechtigden.

  • Weet dat men als uitkeringsgerechtigde rechten en plichten heeft
  • weet dat men als uitkeringsgerechtigde in principe aangeboden werk moet accepteren
  • weet dat wijzigingen in de inkomenssituatie van invloed kunnen zijn op uitkeringen.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

1.2.1Is ervan op de hoogte dat een arbeidsovereenkomst de rechten en plichten beschrijft van werknemer en werkgever.

  • Weet dat bedrijven afspraken maken over zaken zoals werktijden, salaris, zelfstandig werken, communicatie, arbeidsomstandigheden, veiligheid, milieu, verlof en ziekte
  • weet dat voor veel sectoren in Nederland collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) bestaan
  • weet dat een werknemer, los van wat in de cao is vastgelegd, het recht heeft om met de werkgever over de arbeidsvoorwaarden te onderhandelen
  • weet dat zijn functioneren kan worden beoordeeld en dat hij zich kan voorbereiden op een beoordelingsgesprek
  • weet dat werkgevers afspraken en systemen kunnen gebruiken voor registratie, afleggen van verantwoording en tijdschrijven
  • kent het verschil tussen een vast contract, een tijdelijk contract en een contract via een uitzendbureau
  • weet dat werken in deeltijd in Nederland veel voorkomt.

8 oefenvragen bij deze eindterm.

1.2.2Is op de hoogte van mogelijkheden tot werknemersparticipatie.

  • Kent ondernemingsraad/medezeggenschapsraad en personeelsvereniging als voorbeelden van werknemersparticipatie
  • weet dat vakbonden opkomen voor de rechten en belangen van werknemers en het afsluiten van cao’s.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

1.2.3Is ervan op de hoogte dat werkgevers premies en belastingen voor hun werknemers afdragen.

  • Weet dat werknemerspremies en belastingen op het salaris worden ingehouden.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

1.3.1Is ervan op de hoogte dat discriminatie op de arbeidsmarkt en de werkvloer wettelijk verboden is.

  • Weet dat discriminatie op het werk verboden is, zowel door werkgevers als collega’s
  • weet dat bij een vermoeden van discriminatie gebruik kan worden gemaakt van voorzieningen zoals een vertrouwenspersoon, vakbond en organisaties die zich inzetten voor gelijke rechten.

4 oefenvragen bij deze eindterm.

1.4.1Is op de hoogte van een aantal belangrijke voorwaarden om een bedrijf te kunnen starten.

  • Weet dat inschrijving bij de Kamer van Koophandel verplicht is om een bedrijf te kunnen starten
  • weet dat het recht op uitkering in principe vervalt bij inschrijving bij de Kamer van Koophandel en daarom overleg met de uitkeringsinstantie of gemeente verstandig is
  • weet dat er bij de Kamer van Koophandel ondersteuning te krijgen is bij het starten van een bedrijf
  • weet dat hij een aanvullend pensioen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandig kan regelen.

5 oefenvragen bij deze eindterm.

Antwoorden nodig als naslag?

Wilt u na het oefenen alles op een rijtje zien — de 10 vragen van dit thema die u hierboven maakt, met het juiste antwoord en de uitleg? Dat staat op een aparte pagina, zodat u hier ongestoord kunt oefenen.

10 vragen met antwoorden →

Verder oefenen

Of maak een volledig oefenexamen van 40 vragen in 45 minuten.

KNM thema 1: Werk en inkomen — 71 oefenvragen met uitleg | KNM Examen