Naslag · niet om mee te oefenen

10 vragen over omgangsvormen, waarden en normen — met antwoorden

Op deze pagina staan de vragen van thema 2 mét het juiste antwoord en de uitleg. Gebruik hem als naslag of om na het oefenen uw fouten terug te lezen.

Wilt u uzelf toetsen? Ga dan naar de oefenpagina van thema 2 — daar staan de antwoorden niet bij.

  1. 1.Zijn omgangsvormen in Nederland voor iedereen precies hetzelfde?

    • ANee, er zijn helemaal geen omgangsvormen
    • BNee, ze kunnen verschillen per sociale groep, regio, generatie en klasse← juist
    • CJa, iedereen doet precies hetzelfde

    Uitleg: Omgangsvormen, waarden en normen kunnen verschillen per sociale groep, regio, generatie en sociaaleconomische klasse (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  2. 2.Hoe kun je erachter komen wat de omgangsvormen zijn in de situatie waarin je terechtkomt?

    • ADoor alleen in je eigen taal te communiceren
    • BDoor je hier actief over te informeren, bijvoorbeeld door te vragen en op te letten← juist
    • CDoor nooit met mensen te praten

    Uitleg: Je kunt je op de hoogte stellen van de alledaagse omgangsvormen, normen en waarden binnen de sociale contexten waarin je je begeeft (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  3. 3.Youssef werkt in een groot bedrijf. Vinden alle collega's dezelfde omgangsvormen belangrijk?

    • ANee, omgangsvormen verschillen per groep en generatie← juist
    • BNee, op het werk gelden in Nederland geen omgangsvormen
    • CJa, op het werk denken alle collega's daar precies zo over

    Uitleg: Omgangsvormen, waarden en normen kunnen verschillen per sociale groep, regio, generatie en sociaaleconomische klasse (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  4. 4.Hoe spreek je iemand aan die je voor het eerst ontmoet?

    • AJe zegt helemaal niets en wacht tot de ander begint
    • BMet 'u' als je iemand niet kent, dat is beleefd← juist
    • CAltijd met 'jij', ook tegen een onbekende oudere

    Uitleg: In Nederland is het gebruikelijk om onbekenden en oudere mensen met 'u' aan te spreken; met 'jij' doe je dat bij mensen die je goed kent (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  5. 5.Een nieuwe buurvrouw nodigt je uit voor koffie. Welke vraag kun je beter niet stellen?

    • AHoeveel verdient u per maand?← juist
    • BWat voor werk doet u, als ik vragen mag?
    • CHoe lang woont u al in deze buurt?

    Uitleg: In Nederland praten mensen meestal niet meteen over hun inkomen of de prijs van hun huis; dat vinden veel mensen te persoonlijk (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  6. 6.Je bent nieuw in een team en je weet niet goed hoe je je moet gedragen. Wat is verstandig?

    • AMeteen laten zien dat jouw gewoonten de beste zijn
    • BHelemaal niets zeggen tegen je collega's
    • CEerst opletten hoe de collega's met elkaar omgaan← juist

    Uitleg: Je kunt je op de hoogte stellen van de alledaagse omgangsvormen, normen en waarden in de sociale context waarin je je begeeft, bijvoorbeeld door goed op te letten (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  7. 7.Karim komt uit een ander land. Hij wil graag weten wat de gewoonten hier zijn. Wat kan hij doen?

    • AGewoon rustig wachten tot iemand het uitlegt
    • BVragen stellen aan collega's en in de buurt opletten← juist
    • CAlleen maar zijn eigen gewoonten en regels blijven volgen

    Uitleg: Je kunt zelf actief informatie zoeken en vragen stellen over de omgangsvormen in de situaties waarin je terechtkomt (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  8. 8.Wat is juist over omgangsvormen in Nederland?

    • AIedereen in Nederland groet elkaar op dezelfde manier
    • BGewoonten verschillen tussen regio's en generaties← juist
    • CIn Nederland zijn geen vaste gewoonten voor iedereen

    Uitleg: Omgangsvormen kunnen verschillen per sociale groep, regio, generatie en sociaaleconomische klasse (eindterm 2.1.1).

    Eindterm 2.1.1

  9. 9.Hoe gaan veel mensen in Nederland met hun mening om?

    • AZij mogen hun mening niet geven
    • BZij zeggen nooit wat ze vinden
    • CZij kunnen zich direct uiten← juist

    Uitleg: Veel mensen in Nederland kunnen zich direct uiten (eindterm 2.1.2).

    Eindterm 2.1.2

  10. 10.In een vergadering is Lisa het niet eens met haar baas. Wat kan zij doen?

    • AZij mag haar mening op het werk nooit geven
    • BZij kan rustig zeggen dat zij er anders over denkt← juist
    • CZij kan het gesprek helemaal vermijden en stil blijven

    Uitleg: In Nederland kunnen mensen zich direct uiten en mogen zij hun eigen mening geven, ook op het werk (eindterm 2.1.2).

    Eindterm 2.1.2

Nog 45 vragen in dit thema

Hierboven staan de 10 gratis vragen. De overige 45 vragen van dit thema — en de volledige bank van alle acht thema's — horen bij KNM Compleet.

Antwoorden van andere thema's

10 KNM-vragen over omgangsvormen, waarden en normen — met antwoorden | KNM Examen